Ja, ik wil lid worden!
28|10|2014
321 miljoen euro beschikbaar voor nieuwe innovaties Zuid-Nederland

In het bijzijn van toonaangevende vertegenwoordigers van bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden, wordt op 29 oktober in het provinciehuis van Limburg het startschot gegeven voor een nieuw innovatieprogramma voor Zuid-Nederland.

Het programma is opgesteld door de provincies Noord-Brabant, Limburg en Zeeland in samenwerking met het Rijk en bedoeld om de Zuid-Nederlandse economie een boost te geven. Een groot deel van de financiering van het programma is afkomstig uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.

Het nieuwe innovatieprogramma is een vervolg op het programma OP-Zuid 2007-2013 en krijgt de naam OPZuid – Europees Innovatieprogramma Zuid-Nederland. Voor de periode 2014-2020 stelt de Europese Unie door middel van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) 113 miljoen euro beschikbaar voor projecten die bijdragen aan de ontwikkeling van de Zuid-Nederlandse economie tot een sterke en dynamische kenniseconomie. Samen met de cofinanciering van de provincies, het rijk en de projectuitvoerders, zal de totale investeringsimpuls van het OPZuid circa 321 miljoen euro bedragen.


Strategische aanpak

De basis voor het OPZuid is de Regionale Innovatie Strategie voor Slimme Specialisatie (RIS3), waarin de doelstellingen van Europa zijn vertaald naar regionale maatschappelijke uitdagingen en focus is aangebracht op een aantal sterke sectoren met (internationale) concurrentiekracht: high tech systems, chemie, agrofood, maintenance, logistiek, biobased en lifesciences & health.


Innovatie en koolstofarme economie

Het OPZuid richt zich specifiek op verbetering  van het regionale concurrentievermogen en de werkgelegenheid door middel van de speerpunten innovatiebevordering en de overgang naar een koolstofarme economie.


Met betrekking tot het speerpunt innovatiebevordering, ligt de focus op cross-overs tussen nationale en internationale topclusters, waarbij per regio accenten zijn aangebracht. Gedeputeerde Bert Pauli, Economische Zaken provincie Noord-Brabant: “Door slim te zijn en te durven specialiseren, scheppen we de grootste kansen. Bijvoorbeeld door de high tech sector uit onze regio te combineren met de Agrifood sector. In beide takken van sport zijn we al goed, maar in combinatie zijn we in staat unieke landbouwmachines te maken. Cross-overs noemen we dat. Met sensoren en TomTom-achtige besturing maken die machines het mogelijk de landbouwproductie te verhogen en natuur en milieu te sparen.” Zeeland richt zich met name op de chemie en agrofood. Gedeputeerde Ben de Reu, Economische Zaken provincie Zeeland: “Zeeland wil zich onderscheiden in de verduurzaming van de chemische en agro sector en zet gezamenlijk met haar partners in Zuid-Nederland en Vlaanderen in op een Biobased Economy. De Biobased Innovations Garden is een mooi voorbeeld waar de samenwerking tussen agro en chemie tot uitwerking is gekomen.”


Het MKB wordt gezien als motor van de Zuid-Nederlandse economie. In het OPZuid gaat dan ook speciale aandacht uit naar het innovatieve MKB in de benoemde topsectoren en hun relaties met kennisinstellingen en grote bedrijven. Gedeputeerde Twan Beurskens, Economische Zaken provincie Limburg: “Ten aanzien van de economische ontwikkeling van Limburg, ligt de focus op de versterking van onze kenniseconomie met de Brightlands campussen als vliegwiel en bronnen van technologische innovatie. En, erg belangrijk, op de aanhaking van het midden- en kleinbedrijf bij deze ontwikkelingen. Het is ons gelukt om, met het OPZuid, middelen vanuit Europa beschikbaar te krijgen om een impuls te geven aan de versterking van de innovatiekracht van Zuid-Nederland. De start van het OPZuid is dé uitnodiging aan het bedrijfsleven om van deze financiële impuls gebruik te maken”.


Het programma zet in op versterking en verbreding van het open innovatiesysteem en methoden en processen die daarbij aansluiten, zoals living labs, proeftuinen, co-creatie, sociale innovatie en het benutten van design. Daarbij wordt ook de human capital agenda niet vergeten. Door onderwijsprogramma’s te stimuleren waarbij zowel bedrijfsleven als kennisinstellingen betrokken zijn, en die inspelen op de kwalitatieve eisen die het bedrijfsleven in de topclusters stelt aan technisch talent, komt een betere aansluiting tot stand van het onderwijs op de arbeidsvraag naar technisch geschoolde mensen.
Het tweede speerpunt van het programma is de overgang naar een koolstofarme economie. Hierbij ligt de focus op vernieuwing in technieken, producten, processen en diensten op het vlak van duurzame energieproductie en energie-efficiëntie. Om te komen tot een slimme uitrol daarvan in de gebouwde omgeving, is een belangrijke rol weggelegd voor de grotere gemeenten.


Sturing op kwaliteit

Gold eerder nog het principe van ‘first come, first serve’, in het nieuwe innovatieprogramma wordt nog nadrukkelijker gestuurd op de werving van kwalitatief goede projecten en het bereiken van de programmadoelstellingen. Zowel bij de totstandkoming van het programma, als in de uitvoering, zijn bedrijven, kennisinstellingen, provincies en gemeenten nauw betrokken. Dit heeft geresulteerd in een programma dat breed gedragen wordt. De kwalitatieve beoordeling van projectaanvragen is in handen van een deskundigencommissie, die bestaat uit onafhankelijke deskundigen met expertise en ervaring in de voor het OPZuid belangrijke sectoren en kennisgebieden. Een andere belangrijke taak is  weggelegd voor de regionale triple helix-organisaties. Zij vervullen o.a. een loketfunctie en bieden ondersteuning bij de ontwikkeling van kwalitatief goede projecten die aansluiten bij de regionale innovatiestrategie van Zuid-Nederland.

terug